Statuten

STATUTEN

 

NAAM, ZETEL EN DUUR

Artikel 1

1.       De vereniging draagt de naam: “Schouwse Onderwatersportvereniging SCALDIS’ en is gevestigd te Schouwen-Duiveland. Zij is aangesloten bij de NOB onder bondsnummer 22.

2.       De vereniging is opgericht op 2 november negentienhonderdachtenzestig.

3.       De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.

DOEL

Artikel 2

1.      De vereniging heeft ten doel het doen beoefenen en het bevorderen van de onderwatersport.

2.      De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

a.       het geven van leiding bij oefeningen en het stimuleren van de ontwikkeling der leden en aspirant-leden in verband met de onderwatersport;

b.       het nemen van maatregelen om de geoefendheid en de veiligheid van de beoefenaren van de onderwatersport te bevorderen, onder meer door het organiseren van cursussen en het (doen) afnemen van modules en examens in zowel het binnen- als buitenwater;

c.       de nodige accommodatie aan te brengen en in stand te houden;

d.       activiteiten op het gebied van de onderwatersport te organiseren;

e.       het bevorderen van de onderlinge contacten tussen de leden.

 

LEDEN EN DONATEURS

Artikel 3

1.       De vereniging kent leden, aspirant-leden, ereleden en donateurs.

2.        Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen, die  de onderwatersport actief beoefenen of beoefend hebben.

3.       Aspirant-leden zijn natuurlijke personen die door het bestuur voor een periode van maximaal zes maanden als zodanig zijn aangenomen.

4.       Ereleden zijn natuurlijke personen die door de algemene vergadering op voorstel van het bestuur worden benoemd naar aanleiding van hun bijzondere verdiensten voor de vereniging.

5.       Donateurs kunnen zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen met een door de algemene vergadering vast te stellen minimum bijdrage.

6.       Leden, aspirant-leden en donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend of opgelegd.

7.        Het bestuur houdt een register waarin de namen en de adressen van alle leden, aspirant-leden, ereleden en donateurs staan vermeld.

 

TOELATING

Artikel 4

1.       Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden, aspirant-leden en donateurs.

2.       Leden van de vereniging kunnen zijn zij die de leeftijd van veertien jaar en 6 maanden hebben bereikt en de onderwatersport actief beoefenen of beoefend hebben.

3.       Bij niet-toelating tot lid kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

 

VERPLICHTINGEN

Artikel 5

1.       De leden en de aspirant-leden zijn verplicht:

a.       de statuten en reglementen van de vereniging en organen na te leven;

b.       de statuten en reglementen van de Nederlandse Onderwatersport Bond na te leven;

c.       de belangen van de vereniging niet te schaden;

d.       tot het betalen van (jaarlijkse) bijdragen zoals is vastgelegd in artikel 8 lid 1, 2 en 3 van deze statuten.

2.       Een lid casu quo aspirant lid kan de toepasselijkheid van een besluit waarbij andere verplichtingen dan van geldelijke aard zijn verzwaard, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 lid 3, door opzegging van het lidmaatschap casu quo aspirant-lidmaatschap te zijnen opzichte uitsluiten.

3.       Door de vereniging kunnen in naam van de leden of aspirant-leden geen verplichtingen worden aangegaan, dan nadat het bestuur daartoe door de algemene vergadering vertegenwoordigingsbevoegd is verklaard.

 

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP

Artikel 6

1.       Het lidmaatschap eindigt:

a.       door de dood van het  lid;

b.       door opzegging van het lid;

c.       door opzegging namens de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;

d.       door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

2.       Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

3.       Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een kalenderkwartaal met inachtneming van een opzegtermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

4.    Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.

5.    Onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap door opzegging is voor een lid voorts mogelijk:

a.    binnen één maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard aan het lid bekend is geworden of is meegedeeld. Het besluit is alsdan  niet op dat lid van toepassing. Een lid is evenwel niet bevoegd door opzegging een besluit waarbij de verplichtingen van geldelijke aard van leden zijn verzwaard te zijnen opzichte uit te sluiten;

b.    binnen een maand nadat een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm tot fusie aan hem is meegedeeld.

6.    Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.

7.    Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Het besluit der algemene vergadering tot ontzetting zal moeten worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen.

8.    Wanneer het lidmaatschap in de loop van een kalenderkwartaal eindigt, blijft desniettemin de kwartaalbijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd.

 

EINDE VAN RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN ASPIRANT LEDEN EN DONATEURS

Artikel 7

1.    De rechten en verplichtingen van een aspirant-lid en van een donateur kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de bijdrage over het lopende kalenderkwartaal voor het geheel blijft verschuldigd.

2.    Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

 

BIJDRAGEN

Artikel 8

1.    De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de jaarlijkse bijdragen van de leden,  aspirantleden en de donateurs, entreegelden, erfstellingen, legaten, schenkingen en andere inkomsten.

2.    De leden, de aspirant-leden en de donateurs zijn gehouden tot het betalen van een bijdrage, die jaarlijks door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.

3.    Nieuwe leden en aspirant-leden zijn bovendien entreegeld verschuldigd waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de algemene vergadering.

4.    Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichtingen tot het betalen van een bijdrage verlenen.

 

RECHTEN ASPIRANT-LEDEN EN DONATEURS

Artikel 9

1.    Behalve de overige rechten die aan aspirant-leden en donateurs bij of krachtens deze statuten worden toegekend, hebben zij het recht de door de vereniging georganiseerde wedstrijden, oefeningen en andere activiteiten bij te wonen.

 

BESTUUR

Artikel 10

1.    Het bestuur bestaat uit tenminste drie personen en ten hoogste uit negen personen, die door de algemene vergadering worden benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden, behoudens het bepaalde in lid 2.

2.    De algemene vergadering kan besluiten dat één lid van het bestuur buiten de leden wordt benoemd.

3.    De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 4. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tien leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door tien of meer leden moet vóór de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.

4.    Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemeen vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden vertegenwoordigd is.

5.    Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorafgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in keus.

6.    Indien er meer dan één bindende voordracht is geschiedt de benoeming uit de voordrachten.

 

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP – PERIODIEK LIDMAATSCHAP – LIDMAATSCHAP SCHORSING

Artikel 11

1.    Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan ten allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

2.    Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur te maken rooster van aftreding. De aftredende is herkiesbaar en met dien verstande dat ieder bestuurslid voor maximaal drie aaneen volgende perioden van drie jaar zitting kan hebben in het bestuur; wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt  tijdelijk op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

3.    Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

a.    ten aanzien van een bestuurslid dat uit de leden benoemd is: door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;

b.    door bedanken.

 

BESTUURSFUNCTIES – BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

Artikel 12

1.    Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. Het kan voor elk hunner uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Een bestuurslid kan meer dan een functie bekleden.

2.    De voorzitter kan niet tevens als penningmeester (tijdelijk) worden aangesteld;

3.    Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend.

4.    Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

 

BESTUURSTAAK – VERTEGENWOORDIGING

Artikel 13

1.    Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.

2.    Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

3.    Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.

4.    Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.

5.    Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot:

a.    het aangaan van rechtshandelingen en verrichten van investeringen een bedrag of waarde van eenduizendtwaalfhonderd euro (€1.200,-) te boven gaande, onverminderd het hierna onder b bepaalde;

b.    1. het huren ,verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende goederen;

2. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend;

3. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen van een aan de vereniging verleend bankkrediet;

4. het aangaan van dadingen;

5. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden;

6. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.

Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

6.    Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur.

7.    Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden en aan de voorzitter.

 

JAARVERSLAG – REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 14

1.    Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met éénendertig december.

2.    Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

3.    Het bestuur brengt op de algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering zijn jaarverslag uit over het gevoerde beleid en legt een balans en een staat van baten en lasten met toelichting aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner dan wordt daarvan onder opgaaf van redenen melding gemaakt.

4.    De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Het bestuur doet de in het vorige lid bedoelde stukken tenminste één maand voor de dag waarop de algemene ledenvergadering zal worden gehouden waarin deze zullen worden behandeld, toekomen aan de commissie. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

5.    Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie van  onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan.

6.    Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.

7.    De last van de commissie kan te alle tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

8.    Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3, zeven jaar lang te bewaren.

 

ALGEMENE VERGADERING

Artikel 15

1.    Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

a.    het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 14 met het verslag van de aldaar bedoelde commissie;

b.    de benoeming van de in artikel 14 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;

c.    voorziening van eventuele vacatures;

d.    voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.

2.    Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

3.    Voorts het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na de indiening van het verzoek. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 19 of bij advertentie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en met het opstellen van de notulen.

4.    Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.

5.    Indien werd gehandeld in strijd met het bepaalde in lid 1, kan de algemene vergadering niettemin rechtsgeldig besluiten, tenzij een zodanig aantal der aanwezigen als gerechtigd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de stemmen zich daartegen verzet.

 

TOEGANG EN STEMRECHT

Artikel 16

1.    Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging, het bestuurslid dat geen lid van de vereniging is, alle aspirant-leden, alle ereleden en alle donateurs. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden met dien verstande dat een geschorst lid toegang heeft tot de dat gedeelte van de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld. Hij heeft tevens het recht het woord te voeren.

2.    Over toelating van anderen dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.

3.    Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem. Het bestuurslid dat geen lid van de vereniging is, heeft een raadgevende stem.

4.    Een lid kan zijn stem door een schriftelijke daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen. Een stemgerechtigde kan voor ten hoogste twee personen als gemachtigde optreden.

 

VOORZITTERSCHAP – NOTULEN

Artikel 17

1.    De algemene vergadering wordt, tenzij de situatie zich voordoet als omschreven in artikel 15 lid 3 laatste zin, geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.

2.    Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

 

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 18

1.    Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2.    Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of indien, de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

3.    Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

4.    Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

5.    Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats. Heeft alsdan weder niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.

Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt

telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is

gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming

het geringste aantal stemmen is uitgebracht.

Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.

Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot

wie van beiden is gekozen.

6.    Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.

7.    Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter  een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijk stemming verlangt.

8.    Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn dezen niet in de vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

9.    Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen – dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding – ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergadering of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

 

 

BIJEENROEPING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 19

1.     De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 3 lid 7.  De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.

2.    Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 20.

 

STATUTENWIJZIGING

Artikel 20

1.    In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld.

2.    Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen VOOR de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.

3.    Tot wijziging van de  statuten kan door de algemene vergadering slechts worden besloten met een meerderheid van ten minste twee/derde van het uitgebrachte aantal stemmen.

4.    Een statutenwijziging treedt eerst in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

5.    De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging en de volledig doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na de wijzigingen luiden, neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden verenigingen register.

 

ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 21

1.    De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene  vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.

2.    Tenzij de algemene vergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door het bestuur.

3.    Het batig saldo na vereffening vervalt aan degene die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.

4.    Na ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot de vaststelling van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zover mogelijk van kracht. In de stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten er aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.

5.    De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de registers waar de vereniging is ingeschreven.

 

(HUISHOUDELIJK) REGLEMENT(EN)

Artikel 22

6.    De algemene vergadering kan één of meerdere reglementen vaststellen waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze statuten niet of niet volledig in wordt voorzien.

7.    Een reglement mag geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met de wet of met deze statuten.

 

ONVOORZIEN

Artikel 23

1.    In gevallen waarin de wet, de statuten, het huishoudelijk reglement of andere reglementen niet voorzien, beslist het verenigingsbestuur. Van de beslissing maakt het verenigingsbestuur melding op de eerstvolgende vergadering van de ledenraad.

 

SLOTBEPALING

Artikel 24

1.    De leden van het bestuur  van Scaldis worden benoemd volgens een rooster. Dit rooster is opgenomen in het Huishoudelijk Reglement en wordt jaarlijks na de Algemene Ledenvergadering aangepast.